blogs | maart 2021

Rene Lust

29 maart

Suezkanaal

Ach ver van mijn bed show was mijn eerste gedachte zo’n dwarsligger in het Suezkanaal.

De Ever Given van 400 meter lang en 224.000 ton ligt schuin in het Suezkanaal en blokkeert de gehele waterweg met als gevolg een grote opstopping van andere vaartuigen.

Mijn eerste gedachte was hoe dan? Ik heb me wel eens laten vertellen dat schepen van deze omvang zelfs rekening dienen te houden met de draaiing van de aarde. Maar in dit geval lijkt een plotselinge sterke wind de boosdoener waardoor het schip van de route afweek en daardoor per ongeluk de bodem raakte.

Gelukkig hebben we onze Nederlands “Thunderbirds” in de vorm van Smit #Salvage, dochterbedrijf van #Boskalis, die ter plekke is om de Ever Given weer vlot te trekken, dus het gaat goed komen!

Maar wat heeft dit dan met Filippo te maken. In een boot achter de dwarsligger ligt nu een boot stil met “onze” nieuwe lading bigbags (kuubzakken). Gelukkig kunnen we nog wel even voort met onze huidige voorraad maar op dit soort momenten wordt het toch steeds duidelijker dat we allemaal met globalisering te maken hebben. 

Vanavond onder genot van een wijntje maar even nadenken wat we moeten doen als de bigbags nog even op zich laten wachten, niet te veel wijn hoor want de draaiing van de aarde heb ik al eens ondervonden. Proost! 

 

22 maart

Stagiair Dook van het Johan Cruyff College

Dook de Vries loopt bij ons stage voor zijn opleiding marketing/communicatie aan de Johan Cruyff College. 

Als onderdeel van zijn stage moest hij een evenement organiseren. Dat is nu lastig met alle Corona maatregelen maar in klein comité heeft hij net na werktijd voor een paar collega’s toch de Filippo Quiz kunnen houden. Een paar van de vragen waren:

1. Wanneer is Beverwijk opgericht?

2. Filippo heeft de hoeveelste generatie als familie bedrijf?

3. Hoeveel verschillende artikelen liggen er op voorraad in Beverwijk?

Omdat hij bang was dat iedereen alle vragen goed zou hebben bedacht Dook ook wat vragen over zichzelf. Dook zit namelijk niet voor niets op het Johan Cruyff want hij is een getalenteerd voetballer en speelde vanaf de E tjes bij Ajax.

4. Zo was één van zijn (benadering) vragen hoeveel keer hij de bal hoog wist te houden als 9 jarig jochie in een bomvolle Arena. Wij weten het inmiddels, jullie enig idee?

Naast zijn stage kom je Dook ook regelmatig tegen in ons magazijn als gewaardeerde oproepkracht. 

Ondanks de open hooghoud vraag hadden we toch 2 winnaars, Marlous en René, gaven precies hetzelfde antwoord. Dat is ook een vorm van hooghouden, maar dan van de eer.

Ben benieuwd of jullie de antwoorden weten op de 4 bovenstaande vragen.

Dook de Vries

 

15 maart

Plezier kan het verschil maken

Bedrijven hebben processen en regels die er voor moeten zorgen dat alles goed loopt. Wanneer collega’s deze begrijpen en opvolgen, loopt je organisatie. Beter nog is het wanneer het hele bedrijfsproces aanvoelt als een goed zittende jas. Dan kan men zich meer richten op de klant en hoef je niet bezig te zijn met randverschijnselen. Voelt zich men als een vis in het water op het werk, dan zal men dit ook uitstralen en klanten zullen dat als zodanig ook ervaren. Het bedrijf straalt plezier uit!

Processen binnen bedrijven zijn onderhevig aan veranderingen. De markt verandert en bedrijven haken daarop in. Centralisatie en specialisatie horen we de laatste tijd regelmatig voorbij komen. Bedrijven ontkomen daar vaak niet aan vanwege bedrijfseconomische redenen. Maar het werk dat men doet, zal daardoor veranderen. Was vroeger de balie, binnendienst en telefoon je werk, na de centralisatie zit je alleen aan de telefoon; geen afwisseling?

Ik wil twee van mijn volleybalervaringen met jullie delen, om aan te geven wat plezier, enthousiasme en diversiteit met je kunnen doen. 

Ooit, in een heel ver verleden, speelde ik met een aantal vrienden de finale van een camping-volleybaltoernooi. We waren tussen de 16 en 18, konden allemaal een aardig potje voetballen en ontdekten dat volleybal ook een leuk spel is. Onze tegenstander bestond uit ervaren, individueel goede spelers. Rondom het veld stonden drommen mensen om de finale te bekijken. Eerlijk gezegd waren wij geen partij en binnen korte tijd stonden we 2-0 in sets achter. Onze tegenstander had met ons te doen en gunde ons en het publiek nog een extra setje. Het werd 2-1.

Dat is het stomste wat ze ooit hadden kunnen doen. Het publiek begon zich achter ons, de underdog, te scharen. Elke actie van onze kant werd met luid gejuich ontvangen. Wij kregen vleugels en bij het sportteam ging men onnodige fouten maken en op elkaar mopperen. Het werd zelfs 2-2. De paniek sloeg aan de andere kant van het veld helemaal toe op het moment dat wij een voorsprong namen in de 5e set. Wij werden super-enthousiast en haalden onze punten, aangejaagd door het publiek met veel gejuich. Terwijl de stemming bij onze tegenstanders tot onder het vriespunt daalde en het spel daardoor ook verstijfde, met als gevolg dat wij de 5e set wonnen. Natuurlijk moet je enig balgevoel hebben, maar met een stuk enthousiasme, spelplezier en inzet stegen we als team boven onszelf uit.

Dan ervaring twee. Mijn vader speelde iedere vrijdagavond bij een volleybalclubje. Van de aanwezigen werden door middel van “poten” twee teams gemaakt. Tot mijn 14e ging ik mee als publiek, maar er kwam een moment dat er mensen te kort waren. René mocht wel meedoen. Ik hoor één van de heren nog zeggen:
   “René als je echt volleybal wilt leren, moet je hier niet mee doen”.
Maar ach, het was leuk en erg ongedwongen. Leuker was, dat er steeds meer mensen van mijn leeftijd mee gingen doen. In de kleine gymzaal ontwikkelde de jeugd zich in het spelen van basic volleybal.

We volgden de standaard volleybalregels en geen ingewikkeld systeem. Stond je middenvoor, dan zette je op, en links- of rechtsvoor, dan moest je smashen. Dat we individueel wel iets goed deden, bleek uit het feit dat sommigen zowaar in het schoolvolleybal terecht kwamen tussen allemaal “echte” volleyballers.  We hielden ons staande, maar moesten erg wennen aan de systemen. We proefden zo af en toe dus even aan de volleybalwereld buiten onze gymzaal.

Er ging niets boven de vrijdagavond. De club was net na de tweede wereldoorlog opgericht en begin jaren 90 van de vorige eeuw begon een groot deel van de oudgedienden af te haken. Gelukkig vonden we in een aantal jeugdige collega’s met volleybalervaring nieuwe spelers. Het spelniveau steeg en het mooist waren de avonden wanneer er acht man kwam opdagen. Vier tegen vier zou de meest logische opstelling zijn geweest, maar waarom niet twee tegen zes spelen, en dan met z’n tweeën nog winnen ook. Belangrijker was, dat we nóg allrounder werden.

De buitenwereld schakelde rond 2000 over op het rallypointsysteem (tellen tot 25 en iedere rally resulteert in een punt). Wij bleven op ons volleybaleiland spelen en hielden het bij tellen tot 15 punten.

In deze periode zijn we met de betere spelers van ons team ook eens de wijde volleybalwereld ingetrokken. Een kennis organiseerde al jaren een groot volleybaltoernooi in Wijk aan Zee voor recreanten, 1e en 2e klasse spelers.
   “René doe ook eens een keer mee met je vrijdagclub; leuk bij de recreanten.”
We speelden iedere vrijdag al recreatief volleybal, dus daar wilden we niet aan beginnen.
   “Doe maar 2e klasse.”
   “Weet je dat wel heel zeker?”
   “Nou, laten we dan een keer een oefenwedstrijd spelen tegen jullie team spelen, bij ons in de gymzaal.”
Zo gezegd zo gedaan. In onze vertrouwde gymzaal traden we aan tegen een 2e klasse team. Voor we het wisten stonden we 2-0 achter. Zoiets had ik al eerder meegemaakt. Maar het werd nog erger. Het werd 3-0. Nu speelden wij op vrijdag soms wel tien sets op een vrijdagavond, en we kwamen altijd wat laat op stoom. Het werd 3-1. Wat onze tegenstanders opviel, was dat we geen systeem hadden. We deden immers wat er van ons verwacht werd op de plek waar we stonden. Het werd 3-2 en onze tegenstanders (hadden vermoedelijk ooit van mijn campingvolleybalverhaal gehoord) vonden het mooi geweest. Ze stopten. Het goede nieuws was, dat we de test doorstaan hadden en op niveau mochten meedoen aan het toernooi.
Leuk detail was dat we drie René’s in het team hadden. Een naam was daarom snel gevonden: de René’s. Dat was overigens het enige leuke aan ons volleybaluitje. We werden laatste. Alles was nieuw: de grotere sporthal, spelen op tijd (een drama) en het allerlastigste was, dat we, doordat we op de vrijdagavond de teams zo eerlijk mogelijk verdeelden, eigenlijk nog nooit als één compleet team hadden samengespeeld. Ja, één keer, toen met de 3-2 verloren wedstrijd. 

Gelukkig mochten we het jaar daarna wederom bij de “big boys” meedoen. We hadden wat meer in de team-samenstelling geoefend en wisten nu een beetje wat er ging gebeuren. En ja hoor, de laatste wedstrijd moesten we tegen het team  spelen waarvan we ooit de oefenwedstrijd met 3-2 hadden verloren. Nog leuker was, dat we, als we één set zouden winnen, de kampioen waren. En zo geschiedde. De eerste set wonnen we. Dat was toch wel even slikken voor de gevestigde orde. 

Maar wat was ons geheim? Wij speelden vanuit ons hart, enthousiast en gedreven. De tegenstanders waren soms meer met hun systeem bezig dan met spelen. Wij waren nog altijd helemaal “back to basic” bezig en hadden nooit het probleem, dat een bal niet gepakt werd. De teams aan de andere kant hoorde je regelmatig op elkaar mopperen:
   “Dat was jouw bal.”
Want zo hoorde dat in hun systeem. Wij hadden dat nooit. Bij ons ging er altijd wel iemand voor de bal. Het leukste was altijd, wanneer we vanaf de andere kant van het net halverwege de set hoorden:
   “Hé ze hebben helemaal geen systeem.”
Dat was hier nu mogelijk wel een deel van het verschil. De andere kant maakte veel fouten door hun systeem. Ons enthousiasme viel anderen ook op. Wij konden niet altijd minimaal zes man op de been brengen. Dan was iemand van heren 1 niet te beroerd om mee te doen. Die namen wij op sleeptouw met ons volley-enthousiasme, gewoon weer eens lekker allround ballen. We hebben nog jaren meegedaan aan het toernooi en zelfs nog een keer gewonnen.

Hadden we ons met de 1e klasse willen meten, dan hadden we ons moeten specialiseren en een systeem moeten bedenken. Daar ging het ons niet om. Wij gingen voor het plezier en lekker ballen. Het toernooi is helaas gestopt. Ik speel nog iedere vrijdag mijn balletje. Mijn vader heeft tot zijn 80ste gespeeld. Voorlopig denk ik er nog wel 25 jaar tegenaan te kunnen.

En dan nog iets over de systemen? Ik heb daar geen sluitend antwoord op. Zorg voor een passend systeem en specialisme bij het niveau dat nodig is, maar vergeet het plezier niet.

René Lust

 

8 maart

Dat kan pa wel even halen!

Bij familiebedrijven groeit de volgende generatie soms langzaam in het bedrijf of zie je een gepensioneerde vader zijn zoon helpen. Super handig zo’n vertrouwd persoon voor een boodschap. 

Aan zijn opvolgers verdeeld Pa dagelijks het werk, echter er zal een moment komen dat zoon/dochter pa gaat aansturen.

Draai je wat langer mee zie je dat soms een 2e keer gebeuren bij hetzelfde bedrijf.

Zo komt Tino Boots al jaren bij ons over de vloer, 30 jaar terug nam hij een aannemersbedrijf over. Tino’s vader, werkte in een andere branche, stond hem toen regelmatig bij voor allerlei klusjes.

30 jaar later dient de volgende generatie Bootsen zich aan in de vorm van zonen Rick en Pim. Recent ving ik een gesprek van ze op. Er moest iets gehaald worden, dat was wel een mooie klus voor vader Tino.

Opgelet Tino, ze zitten eraan te komen gaf ik hem een paar dagen later aan, hij moest er om lachen en deelde een mooi verhaal over zijn vader. 

Opa Boots moest een 3 delig raam op halen bij Ton Hoogewerf. Dus opa ging goed voorbereid op pad met bus en aanhanger. Wat opa niet wist is dat Hoogewerf een elektra bedrijf is en het 3 delig raam voor een stop contact was. 

Op de foto Tino. Zonen Rick en Pim doen een boodschap voor Tino.

Ps. Wij verkopen ook hout om het stokje door te geven!

 

2 maart

Personeelsvereniging

Op 21 februari bestond onze personeelsvereniging precies 25 jaar. De verenging ooit opgericht om o.a. meer saamhorigheid tussen de werknemers van de verschillende vestigingen te krijgen. 

De collega’s van de eigen vestiging zie je natuurlijk dagelijks maar met die van de andere vestigingen is er vooral telefonisch of mail contact. Daarom altijd even leuk elkaar tijdens verschillende activiteiten (sport, spel of cultuur) aangekleed met een natje en droogje te ontmoeten.

Inmiddels is bijna 100% van alle Filippo collega’s lid van “de Flip” zo heten we. In Tiel hebben ze Flipje, Jesse Green zong ooit Flip maar wij hebben “de Flip” al de anderen zijn een Flip.

Natuurlijk hadden we met alle collega’s bij elkaar even stil willen staan bij deze mooie mijlpaal maar er zit voor nu even niet anders op dan een leuk aangekleed gebakje. Terwijl we dat aten draaide Radio 10 Flip en ik weet zeker dat er Jam van Flipje in het gebakje zat.

Ik hoor je denken ik wil ook wel lid worden, maar helaas, dit is maar voor weinigen weggelegd. Je moet bij Filippo werken of gewerkt hebben.

Dus wil je als buitenstaander lid worden geen probleem maak een flip in je carrière en kies ervoor om mogelijk ooit onze nieuwe collega te worden maar dan moet je wel wat geflipt zijn.

Werkse!