Zijn belangstelling ontstond tijdens een commerciële opleiding. Een docent bracht hem in aanraking met biobased bouwen. Dat veranderde zijn kijk op bouwen voorgoed. Daarna verdiepte hij zich steeds verder in natuurlijke bouwmaterialen, circulaire toepassingen en gezond bouwen. Die nieuwsgierigheid groeide uit tot een duidelijke overtuiging.
Voordat Johan bij Esselink begon, werkte hij twaalf jaar bij een aannemer. Op de werkplaats maakte hij vrijwel alles wat uit hout bestaat. HSB elementen, kozijnen, ramen, deuren, lijstwerk en maatwerkconstructies. Die praktijkervaring gebruikt hij nog iedere dag.
"Ik weet hoe een aannemer denkt en waar hij in de praktijk tegenaan loopt. Daardoor sluit een advies veel beter aan op de uitvoering."
Volgens Johan vraagt biobased bouwen geen compleet nieuwe manier van werken. Wel vraagt het om andere keuzes tijdens ontwerp en uitvoering. Vooral de bouwfysica verdient meer aandacht. Luchtdichting, dampremming en dampopen constructies lopen in de praktijk nog regelmatig door elkaar. Juist daar ontstaan fouten die eenvoudig te voorkomen zijn.
Biobased bouwen draait om natuurlijke, hernieuwbare materialen die CO₂ opslaan tijdens hun groei. Circulair bouwen voegt daar een tweede principe aan toe. Materialen behouden zo lang mogelijk hun waarde en krijgen na gebruik opnieuw een functie. Afval verandert daarmee in een grondstof.
De bouwsector speelt hierin een belangrijke rol. Wereldwijd veroorzaakt de sector ongeveer veertig procent van de CO₂ uitstoot en verbruikt zij grote hoeveelheden primaire grondstoffen. Tegelijkertijd scherpt de overheid de regelgeving verder aan. Nederland wil in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen met vijftig procent terugbrengen. Ook stimuleert de Nationale Aanpak Biobased Bouwen het toepassen van biobased materialen in de woningbouw. Het einddoel blijft een volledig circulaire economie in 2050.
"De vraag is niet óf deze ontwikkeling doorgaat, maar hoe snel. Wie nu ervaring opdoet, bouwt straks een duidelijke voorsprong op."
In de praktijk verschijnen biobased materialen inmiddels in steeds meer toepassingen. Vlas, houtvezel, cellulose, schapenwol en grasisolatie vinden hun weg naar dak, gevel en vloer. Ook leemstuc, kalkafwerkingen, dampopen verven en kalkhennepblokken winnen terrein. Complete HSB woningen met biobased isolatie vormen allang geen uitzondering meer.
Volgens Johan gaat de meerwaarde verder dan duurzaamheid alleen. Veel natuurlijke materialen reguleren vocht, blijven dampopen en dragen bij aan een stabiel binnenklimaat. Daardoor neemt de kans op condensatie en schimmelvorming af. Ook de faseverschuiving speelt een belangrijke rol. Warmte bereikt het interieur pas veel later, waardoor gebouwen in de zomer merkbaar koeler blijven.
Daarnaast leveren materialen met een hogere volumieke massa betere akoestische prestaties. Houtvezel, cellulose en katoen absorberen geluid aanzienlijk beter dan veel traditionele lichte isolatiematerialen.
Toch bestaan er nog steeds hardnekkige misverstanden.
"Biobased isolatie trekt geen ongedierte aan en vormt ook geen extra brandrisico. Bij een correcte detaillering voldoen deze systemen gewoon aan de gestelde eisen."
Veel opdrachtgevers willen verduurzamen, maar lopen vast zodra een project concreet wordt. Een woningcorporatie stelt bijvoorbeeld biobased eisen aan een renovatie. De aannemer wil graag meedenken, maar mist ervaring. Vervolgens blijkt ook de leverancier onvoldoende kennis in huis te hebben. Daardoor valt een project alsnog terug op traditionele materialen.
Juist daar ziet Johan de rol van Esselink.
"Klanten zoeken geen verkooppraatje. Ze willen weten welke constructie werkt, welke materialen daarbij horen en waarom."
Die aanpak levert steeds vaker mooie resultaten op. Naast renovaties ontstaan ook complete nieuwbouwprojecten waarin biobased oplossingen vanaf de ontwerpfase onderdeel vormen van het plan. Adviezen gaan daarbij verder dan materiaalkeuze alleen. Constructieopbouw, aansluitdetails, vochttransport en verwerkbaarheid krijgen net zoveel aandacht.
Later dit jaar opent bovendien een duurzame showroom in Heinenoord. Daar komen biobased en circulaire bouwmaterialen samen in een praktische omgeving waar ontwerp, materiaal en detaillering zichtbaar worden.
Volgens Johan hoeft circulair bouwen niet ingewikkeld te zijn. Juist kleine keuzes maken vaak direct verschil. Een bestaande gevel levert soms uitstekende metselstenen op voor een aanbouw. Oude vloerbalken verdienen een tweede leven als constructiehout. Hardhout uit kozijnen vormt na bewerking opnieuw hoogwaardig kozijnhout. Ook bij renovaties biedt vervanging van minerale wol door houtvezel of cellulose direct extra comfort.
Naast materiaaladvies organiseert Esselink trainingen, informatieavonden en toolboxsessies met producenten. Zo groeit niet alleen de materiaalkennis, maar ook het vertrouwen om nieuwe oplossingen daadwerkelijk toe te passen.
Een project dat Johan bijzonder inspireert bevindt zich momenteel in voorbereiding. Bouwpartner De Vries en Verburg werkt voor het Rijksvastgoedbedrijf aan een circa 72 meter hoog rijkskantoor waarin hout, biobased en circulaire materialen een hoofdrol spelen. Esselink leverde hiervoor een advies uit voor de vloeropbouw, waarbij techniek, circulariteit, gezondheid en efficiënte uitvoering samenkomen.
"Dat soort projecten laat zien waar de bouw naartoe beweegt. Ze bewijzen dat biobased bouwen niet alleen mogelijk is, maar ook op grote schaal werkt."
Voor Johan staat één conclusie vast. De bouwsector beschikt over alle kennis en materialen om toekomstbestendig te bouwen. De grootste verandering zit niet in het materiaal, maar in de manier van denken. Wie vandaag begint, bouwt morgen met voorsprong.